Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer [naam01] en mevrouw [naam02] , beiden werkzaam bij Zuidweg en Partners (hierna: SHV);
- mevrouw [naam03] , werkzaam bij Woonplus, gevestigd te Schiedam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, een voormalig ZZP-timmerman, heeft vanwege financiële problemen en een huurachterstand sinds 2017 verzocht om een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie door het vonnis tot ontruiming en het exploot waarin ontruiming is aangekondigd. Verzoeker heeft inmiddels werk in loondienst gevonden en bouwt websites om extra inkomsten te genereren, waardoor hij de lopende huurtermijnen kan voldoen. Schuldhulpverlening overweegt beschermingsbewind.
Verweerster, de verhuurder, stelt dat verzoeker geen huurbetalingen heeft gedaan en niet heeft aangetoond zijn situatie te stabiliseren. De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis.
De voorziening wordt onder de voorwaarde toegekend dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van zes maanden, en SHV rapporteert uiterlijk twee weken voor afloop van deze termijn over de buitengerechtelijke schuldregeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.