Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 januari 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats], eiser,
de burgemeester van Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Strafrechtelijk onderzoek
Rechtbank Rotterdam
Eiser huurt een woning die op grond van de Opiumwet voor drie maanden is gesloten vanwege vermoedens van drugshandel. Tijdens een politieonderzoek werden geringe hoeveelheden harddrugs aangetroffen, waaronder 1,4 gram cocaïne en 1 gram MDMA, en twee weegschalen. Eiser verklaarde dat de drugs voor eigen gebruik waren en onderbouwde dit met een schriftelijke verklaring.
De burgemeester handhaafde het besluit tot sluiting, stellende dat sprake was van drugshandel, mede op basis van een rapportage waarin wordt gesproken over klanten die drugs zouden kopen. De rechtbank stelde vast dat de rapportage onvoldoende controleerbaar was omdat onderliggende processen-verbaal en verklaringen ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat de geringe overschrijding van de 0,5 gram grens en het ontbreken van andere aanwijzingen voor handel onvoldoende zijn om drugshandel aan te nemen. De sluiting was daardoor niet gerechtvaardigd, het besluit onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor drugshandel.