Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
inde telefoon in, waarmee ook een inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [dochter verdachte01] reeds was gegeven. Hierbij is bovendien van belang dat de politie bij het onderzoek oog heeft gehad voor de belangen van [dochter verdachte01] , nu in een van de processen-verbaal expliciet is vermeld dat dat de telefoon zo spoedig mogelijk is teruggegeven om het gemis van de telefoon zo gering mogelijk te maken.
5.Waardering van het bewijs
medeplegen vande invoer van cocaïne. Op basis van de berichten die ter zake van beide transporten door de verdachte zouden zijn gestuurd kan niet worden vastgesteld dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt waarbij zijn bijdrage van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen te kunnen spreken.
vaststellendat de verdachte in de desbetreffende periode Nederland is geweest. Dat beide accounts tegelijkertijd in gebruik zijn geweest en dat de tegencontacten niet één op één overeenkomen, rechtvaardigt evenmin de conclusie dat de verdachte niet de gebruiker van de beide accounts kan zijn geweest. Voorts wordt er door de verdediging verwezen naar bepaalde chats in de gehele dataset, maar die stukken zijn niet aan het dossier toegevoegd. Nog daargelaten dat de geschetste bijzonderheden de identificatie op bovenstaande punten niet aantast, kan de rechtbank geen acht slaan op stukken die geen deel uitmaken van het dossier. Evenmin ziet de rechtbank in deze toelichting aanleiding om het onderzoek te heropenen en de stukken alsnog te doen toevoegen.
839 was ouhrs”.
6.Strafbaarheid feiten
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaar;