ECLI:NL:RBROT:2023:4668
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep parkeerbelasting naheffingsaanslag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de gemeente Rotterdam een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van in totaal € 67,86. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze aanslag en het bezwaar werd door de gemeente gegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen het bestreden besluit. De gemeente heeft later alsnog een proceskostenvergoeding van € 566,50 toegekend aan verzoeker, waarna verzoeker het beroep introk en de rechtbank verzocht de gemeente te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Gezien het feit dat de gemeente aan het beroep tegemoet is gekomen en de proceskostenvergoeding correct is vastgesteld, heeft de rechtbank het verzoek van verzoeker als gegrond beoordeeld. De rechtbank veroordeelt de gemeente tot betaling van € 566,50 aan proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de gemeente ook het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- dient te vergoeden, maar dat verzoeker hiervoor rechtstreeks contact met de gemeente moet opnemen. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Rutten op 25 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Rotterdam tot betaling van € 566,50 aan proceskosten aan verzoeker.