Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW advocaten (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank constateert een bedreigende situatie door het vonnis tot ontruiming en het exploot waarin ontruiming is aangekondigd.
Verzoekster verklaart haar schulden te hebben laten oplopen, maar haar inkomen is inmiddels verdrievoudigd en zij verwacht binnen een jaar haar schulden af te lossen met hulp van een schuldhulpverlener. De huur voor mei en juni 2023 is tijdig betaald. Verweerster is niet verschenen noch heeft zij verweer gevoerd.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis ten uitvoer te leggen. De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde van tijdige betaling.