ECLI:NL:RBROT:2023:4549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Lunenberg
- E.E.M. Kettenis-de Bruin
- A.C. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget voor informele zorg en mantelzorgondersteuning op grond van de Jeugdwet
Eiseres, een minderjarige met ADHD en dyslexie, ontving sinds 2017 een persoonsgebonden budget (pgb) voor diverse vormen van ondersteuning, waaronder informele zorg door haar moeder en mantelzorgondersteuning. Na nieuwe aanvragen heeft verweerder de pgb's herbeoordeeld en besloten geen pgb meer toe te kennen voor de informele zorg door de moeder en beperkte mantelzorgondersteuning toegekend.
Eiseres stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de aard en omvang van de benodigde zorg, de eigen mogelijkheden van haar moeder niet juist had beoordeeld en dat het tarief voor mantelzorgondersteuning niet toereikend was. Tevens maakte zij bezwaar tegen het niet toekennen van een pgb voor begeleiding door een derde persoon.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het onderzoek volgens het door de Centrale Raad van Beroep geformuleerde stappenplan adequaat had uitgevoerd. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de moeder waren toereikend en er was passende intensieve gezinsondersteuning toegekend om overbelasting te voorkomen. De begeleiding op school viel onder de verantwoordelijkheid van de school en niet onder de Jeugdwet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de bestreden besluiten worden gehandhaafd.