Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 10/316529-20 feit 1 en 2 en het onder 10/263439-19 feit 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 uur, alsmede tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaar;
- opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
4..Waardering van het bewijs
cursief
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
168 (honderdachtenzestig) urente verrichten taakstraf resteert;
84 dagen;
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor 10/263439-19 feit 1:
- gelast de teruggave aan verdachte van: