ECLI:NL:RBROT:2023:4211
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proeftijdontslag wegens discriminatie op politieke gezindheid en ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer trad per 1 december 2022 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een proeftijd. Op 30 november 2022 werd de arbeidsovereenkomst onmiddellijk opgezegd wegens vermeende onvolledige informatie over het arbeidsverleden, waarbij de werknemer zijn politieke betrokkenheid bij de PVV-fractie niet had vermeld.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag feitelijk gebaseerd is op de politieke gezindheid van de werknemer, hetgeen in strijd is met het opzegverbod uit artikel 7:681 lid 1 sub c BW Pro in samenhang met de Algemene wet gelijke behandeling. Daarom wordt het proeftijdontslag vernietigd en wordt de arbeidsovereenkomst geacht voort te duren, met loonbetaling vanaf 1 december 2022.
Vervolgens wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding, veroorzaakt door het gedrag van de werknemer bij een onaangekondigd bezoek aan het kantoor van de werkgever. De kantonrechter wijst een transitievergoeding van €620,89 toe en een billijke vergoeding van €5.000,- vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever door het politieke ontslag.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, vergoedingen en proceskosten, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het proeftijdontslag wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2023 met toekenning van transitie- en billijke vergoeding.