ECLI:NL:RBROT:2023:4153
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandsuitkering wegens achteraf ontvangen WW-middelen
Eiser ontving een bijstandsuitkering in de vorm van een lening vanaf 14 januari 2019. Later bleek dat hij recht had op een WW-uitkering over een overlappende periode, waarvan hij op 27 juni 2022 een nabetaling ontving van € 2.930,46. Het college van B&W Rotterdam vorderde daarom € 1.705,38 terug die eiser onterecht had ontvangen.
Eiser stelde dat terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen zou hebben, mede omdat hij recent schuldenvrij was geworden en de nabetaling al had besteed. Ook voerde hij te goeder trouw te hebben gehandeld en wees op zijn medische situatie die hem zou belemmeren om de schuld af te lossen.
De rechtbank oordeelde dat het college op grond van artikel 58 Pw Pro bevoegd was tot terugvordering en dat eiser geen dringende redenen had aangetoond om hiervan af te zien. De stelling dat zijn gezondheid zou verslechteren werd niet onderbouwd met medische stukken. Bovendien was eiser op de hoogte van de mogelijke terugvordering en had het college rekening gehouden met zijn financiële situatie.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.B.J. van Elden op 19 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.