Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/342071-21 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde (bedreigingen) en van het onder parketnummer 10/092586-22 onder 1 en 2 ten laste gelegde (belediging en bedreiging);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van voorarrest;
- oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), voor de duur van drie jaren, bij overtreding te bestraffen met twee weken hechtenis per overtreding (met een maximum van zes maanden), inhoudende:
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 (negentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.