Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/710208-20 onder 1 en 2, het in de zaak met parketnummer 10/711015-20 onder 1 impliciet primair en onder 2 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/710208-20 onder 3 en het in de zaak met parketnummer 10/711015-20 onder 1 impliciet subsidiair en onder 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 116 dagen met aftrek
4..Waardering van het bewijs
eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of airpods, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld
(en
)uit het (met een bedekt/afgedekt gelaat/gezicht)
/of
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11.. Beslissing
voor de duur van 116 (honderdzestien) dagen;
benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijkin de vordering;
benadeelde partij [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van
€ 100,- (zegge: honderd euro), bestaande uit € 100,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] te betalen
€ 100,-(hoofdsom,
zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
benadeelde partij [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van
€ 300,- (zegge: driehonderd euro), bestaande uit € 300,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] te betalen
€ 300,-(hoofdsom,
zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;