Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 maart 2023, met bijlage 1;
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen 1 tot en met 3;
- de mondelinge behandeling van 5 april 2023.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw en de man, voormalige partners met twee jonge kinderen, wonen nog samen in een huurwoning. De vrouw vordert dat de man de woning verlaat vanwege spanningen en haar beperkte financiële draagkracht. De man betwist dit en stelt dat hij de huur kan betalen en dat de vrouw elders kan verblijven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de vrouw om in de woning te blijven zwaarder weegt, mede omdat de kinderen het beste bij haar kunnen blijven en de woning dichtbij het kinderdagverblijf ligt. Echter, de vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de huur en overige lasten alleen kan dragen. Zij moet binnen één maand aantonen dat zij financieel zelfstandig de woning kan bekostigen.
De man wordt veroordeeld om de woning binnen twee maanden te verlaten en zich uit te schrijven, onder de voorwaarde dat de vrouw tijdig haar financiële draagkracht aantoont. Er wordt geen dwangsom opgelegd omdat de man vrijwillig zal vertrekken. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De rechter benadrukt het belang van constructief overleg en mediation voor de afwikkeling van de relatie en omgang met de kinderen.
Uitkomst: De man moet de woning binnen twee maanden verlaten, mits de vrouw binnen één maand aantoont dat zij de huur en lasten alleen kan betalen.