Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:3097

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
C/10/654819 HO RK 23/179 ea en 654831 HO RK 23/186 ea
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 371 lid 10 FwArt. 371 lid 12 FwArt. 371 lid 13 FwArt. 379 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking aanwijzing herstructureringsdeskundige en vaststelling salaris en verschotten in WHOA-procedure

In deze zaak betreffende een besloten akkoordprocedure ex de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) heeft de rechtbank Rotterdam op 30 maart 2023 een beschikking gegeven over het intrekken van de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige en de vaststelling van diens salaris en verschotten.

De procedure startte met diverse processtukken vanaf april 2022, waaronder de aanwijzing van mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige en meerdere besluiten tot vaststelling en verhoging van het budget voor zijn werkzaamheden. Het homologatieverzoek van de schuldenarengroep werd op 13 maart 2023 afgewezen.

Naar aanleiding daarvan verzocht de herstructureringsdeskundige op 22 maart 2023 om intrekking van zijn aanwijzing en vaststelling van zijn salaris en verschotten. De schuldenarengroep maakte geen bezwaar tegen de voorgestelde bedragen.

De rechtbank oordeelde dat de aanwijzing niet automatisch eindigt bij afwijzing van het homologatieverzoek en besloot daarom de aanwijzing in te trekken. Tevens stelde zij het salaris vast op €405.455,47 exclusief BTW, de belaste verschotten op €119.569,53 exclusief BTW en de onbelaste verschotten op €50.975,--. De kosten komen ten laste van de schuldenarengroep, waarbij eventuele overbetalingen door een verzoekster worden aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoeksters.

Uitkomst: De rechtbank trok de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige in en stelde het salaris en de verschotten vast conform het verzoek.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer
Intrekken aanwijzing herstructureringsdeskundige en vaststellen salaris en verschotten
rekestnummers: C/10/654819 HO RK 23/179 ea en 654831 HO RK 23/186 ea
uitspraakdatum: 30 maart 2023
beschikking in de besloten akkoordprocedure betreffende:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 1] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 2] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 3] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 4]
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 5] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 6] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 7] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [de schuldenarengroep] ,
advocaat: mrs. S.W. van den Berg en J.F. Fliek, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:
  • de startverklaringen ex artikel 370 lid 3 Fw Pro, gedeponeerd op 29 april 2022;
  • de beschikking van 25 mei 2022, afwijzen verzoek afkondigen afkoelingsperiode;
  • de beschikking van 6 juli 2022, aanwijzen herstructureringsdeskundige;
  • de beschikking van 15 juli 2022, vaststelling budget herstructureringsdeskundige;
  • het proces-verbaal van de (online) raadkamerzitting van 27 juli 2022;
  • de beschikking van 27 juli 2022, opheffing van beslagen en uitbreiding van de reikwijdte van de afkoelingsperiode;
  • de beschikking van 14 september 2022, afkondigen verlenging afkoelingsperiode en ambtshalve voorziening ex art. 379 Fw Pro;
  • de beschikking van 14 september 2022, vaststelling aanvullend budget herstructureringsdeskundige;
  • de beschikking van 5 december 2022, afkondigen verlenging afkoelingsperiode;
  • de beschikking van 5 december 2022, vaststelling aanvullend budget herstructureringsdeskundige;
  • de beschikking van 27 januari 2023, afkondigen verlenging afkoelingsperiode;
  • de beschikking van 27 januari 2023, vaststelling aanvullend budget herstructureringsdeskundige;
  • de beschikking van 10 februari 2023, dagbepaling behandeling homologatie;
  • het vonnis van 13 maart 2023, afwijzing homologatieverzoek en verhoging budget herstructureringsdeskundige;
  • het verzoekschrift van 22 maart 2023 van de herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 13 dan Pro wel lid 12 Fw en ex artikel 371 lid 10 Fw Pro;
  • de zienswijze van 24 maart 2023 van [de schuldenarengroep] .
1.2.
In de openingsbeslissing van 25 mei 2022 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld.
1.3.
De rechtbank heeft bij beschikking van 6 juli 2022 mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige aangewezen.
1.4.
De rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2022 het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vastgesteld en de rechtbank heeft dit budget, inclusief door de herstructureringsdeskundige betaalde griffierechten, nadien verscheidene malen verhoogd tot uiteindelijk, bij de beslissing van 13 maart 2023, het bedrag van € 576.000,-- exclusief BTW.
1.5.
De rechtbank heeft bij vonnis van 13 maart 2023 het homologatieverzoek van [de schuldenarengroep] afgewezen.
1.6.
In zijn verzoekschrift van 22 maart 2023 verzoekt de herstructureringsdeskundige om ontslag dan wel intrekking van zijn aanwijzing ex artikel 371 lid 13 tweede Pro zin dan wel lid 12 Fw en om het salaris te bepalen op het bedrag van € 405.455,47, te vermeerderen met € 85.145,65 BTW, en voorts het bedrag € 170.544,53 aan verschotten vast te stellen, waarvan € 50.975,-- onbelast, te vermeerderen met € 25.109,60 BTW.
1.7.
[de schuldenarengroep] heeft de rechtbank middels haar zienswijze van 24 maart 2023 laten weten dat [de schuldenarengroep] tegen de vaststelling van het salaris conform de specificatie van de herstructureringsdeskundige geen bezwaar heeft.

2.De beoordeling

2.1.
De wet voorziet niet in beëindiging van rechtswege van de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige bij afwijzing van het homologatieverzoek. Nu het WHOA-traject is geëindigd, zal de rechtbank de aanstelling van mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige conform zijn verzoek intrekken.
2.2.
De rechtbank dient op grond van artikel 371 lid 10 Fw Pro het salaris van de herstructureringsdeskundige te bepalen. De rechtbank zal ook de verschotten vaststellen.
2.3.
Het verzoek om vaststelling van het salaris en de verschotten komt de rechtbank niet onredelijk voor. Nu er voorts van de zijde van [de schuldenarengroep] geen bezwaren naar voren zijn gebracht, zal de rechtbank het salaris en de verschotten dienovereenkomstig vaststellen.
2.4.
Gelijk in de beslissing van 6 juli 2022 is bepaald, komen deze kosten ten laste van alle verzoeksters en zal de rechtbank bepalen dat voor zover een van de verzoeksters meer betaalt dan waartoe zij is verbonden, dit wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoeksters.

3.De beslissing

De rechtbank:
- trekt in de aanstelling van mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige;
- bepaalt het salaris van de herstructureringsdeskundige op € 405.455,47 exclusief BTW en stelt het bedrag van de belaste verschotten vast op € 119.569,53 exclusief BTW en het bedrag van de onbelaste verschotten op € 50.975,--;
- bepaalt dat het salaris en de verschotten ten laste van [de schuldenarengroep] komen, waarbij betaling door een van de verzoeksters boven het bedrag dat die verzoekster aangaat, wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoeksters.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2023.