ECLI:NL:RBROT:2023:2984
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. van de Beek
- K.Th. van Barneveld
- F.J.E. van Rossum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van strafbare ontuchtige handelingen met minderjarige stiefdochter
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 maart 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter in de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 december 2019. De tenlastelegging omvatte onder meer het spreiden van de billen van het slachtoffer, het bijten in de bil, en het geven van een zuigzoen.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte een zuigzoen op de bil van het slachtoffer had gegeven. De rechtbank oordeelde echter dat, gezien de bijzondere relatie tussen verdachte en het slachtoffer, waarbij het slachtoffer dagelijks onder zijn zorg en opvoeding stond, deze handeling niet de sociaal-ethische norm overschreed en daarom niet strafbaar was als ontucht.
De officier van justitie vorderde vrijspraak, welke door de rechtbank werd gevolgd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tevens in de proceskosten, die op nihil werden begroot.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Hiermee kwam een einde aan de strafrechtelijke procedure zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter wegens het ontbreken van strafbare overschrijding van sociaal-ethische normen.