De man en vrouw zijn in 2005 gehuwd en in 2017 uit elkaar gegaan. De echtscheiding werd in 2019 uitgesproken en partijen sloten in 2020 een echtscheidingsconvenant waarin afspraken zijn gemaakt over de woning, hypotheek en aandelenverdeling.
De man vorderde in kort geding een straat- en contactverbod tegen de vrouw wegens stalkgedrag en onrechtmatig handelen. De vrouw vorderde in reconventie nakoming van afspraken uit het convenant, waaronder medewerking aan levering van de woning en aandelen.
De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld en onderbouwd om het straat- en contactverbod te rechtvaardigen. De vrouw bezocht de onderneming van de man met diens toestemming en het contact verliep overwegend goed. Ook ontbrak een spoedeisend belang voor de vorderingen van de vrouw tot nakoming, mede omdat partijen al een onherroepelijke volmacht aan de notaris hadden gegeven.
De voorzieningenrechter wees daarom alle vorderingen af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.