Toeda B.V., exploitant van een coffeeshop in Rotterdam, verzocht de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor toe te wijzen om bewijs te verkrijgen over een vermeende kennisgevingsafspraak met de gemeente Rotterdam. Deze afspraak zou betrekking hebben op het informeren van Toeda over de vestiging van een school binnen het afstandscriterium, wat gevolgen heeft voor de openingstijden van de coffeeshop.
De gemeente Rotterdam voerde verweer en stelde dat het verzoek geen belang had vanwege de lopende bestuursrechtelijke procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en dat het verzoek strijdig was met de goede procesorde. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van Toeda bij het verkrijgen van bewijs voor een mogelijke civiele schadevergoedingsvordering niet wordt belemmerd door de bestuursrechtelijke procedure.
De rechtbank overwoog dat het verzoek aan de wettelijke eisen voldeed en dat er geen sprake was van strijd met de goede procesorde. Het voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen om Toeda in staat te stellen haar kansen in een civiele procedure beter in te schatten. De beschikking werd op 24 maart 2023 uitgesproken door rechter A. Wijsman-van Veen.