ECLI:NL:RBROT:2023:226
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was sinds mei 2016 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Verweerder beëindigde deze uitkering per 4 maart 2022 na een herbeoordeling op verzoek van de werkgever, waarbij werd vastgesteld dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Eiser voerde in beroep aan dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om te reageren op het expertiserapport en dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld. Verweerder en de werkgever handhaafden het standpunt dat de medische beoordeling zorgvuldig en begrijpelijk was en dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om het expertiserapport in te zien en te corrigeren. De rechtbank volgde het oordeel dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op WGA-uitkering.
Echter, omdat eiser niet in de gelegenheid was gesteld om te reageren op de voorgehouden functies in bezwaar, vernietigde de rechtbank het besluit voor zover het de beëindigingsdatum betreft en stelde deze datum uit tot 1 april 2022. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd voor de datum en vastgesteld op 1 april 2022.