Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1..Het (verdere) verloop van de procedure
2..De (verdere) beoordeling
- lengte
- rechtheid
- diameter
- veerkracht
- hardheid
- snijhoogte
- oogstkwaliteit
- bewaarkwaliteit
3..De beslissing
2842/2921
Rechtbank Rotterdam
Eiser stelde dat gedaagde ondeugdelijk werk had verricht door riet met een te hoog zoutgehalte te gebruiken, waardoor het rieten dak eerder dan verwacht in slechte staat verkeert. De rechtbank beval een deskundigenonderzoek naar het zoutgehalte en de staat van het dak.
De deskundige concludeerde dat het zoutgehalte op sommige delen van het dak te hoog was, maar gaf geen definitief oordeel over de invloed daarvan op de levensduur. Er bleken twijfels over de representativiteit van het monster en de onderzoeksmethoden. Ook waren er kritische kanttekeningen bij het gebruikte onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan zijn bewijslast dat het zoutgehalte de oorzaak is van de slechte staat van het dak. Gedaagde is niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs dat het gebruikte riet een te hoog zoutgehalte heeft dat de levensduur van het dak wezenlijk verkort.