Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam verdachte],
Standpunten
Beoordeling
Beslissing
met onmiddellijke ingangonder de volgende voorwaarden:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een minderjarige verdachte die op 5 februari 2023 werd aangehouden op een besloten haventerrein in Antwerpen, verdacht van het zich wederrechtelijk bevinden op dit terrein met het oog op het wegnemen van verdovende middelen uit containers, een zogenoemde uithaler. De verdachte was in voorlopige hechtenis gesteld in België en vervolgens overgedragen aan Nederland, waar hij in verzekering werd gesteld.
De rechter-commissaris had de inbewaringstelling afgewezen op grond van artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte een first offender is. De officier van justitie ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat minderjarige verdachten in dit soort zaken een bijzondere positie innemen en dat het beleid gericht is op het houden van zicht op deze kwetsbare groep om herhaling te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat de arresten van het hof Den Haag uit 2022, die voor volwassen verdachten gelden, niet zonder meer toepasbaar zijn op minderjarigen. Gezien de kwetsbare positie van minderjarige uithalers en het herhalingsgevaar acht de rechtbank het noodzakelijk de inbewaringstelling toe te wijzen, met schorsingsvoorwaarden die onder meer contactverbod met medeverdachte en beperkingen op verblijf op haventerreinen omvatten.
De rechtbank vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris en wijst de inbewaringstelling toe voor 14 dagen, met onmiddellijke schorsing onder strikte voorwaarden gericht op begeleiding en gedragsbeïnvloeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de inbewaringstelling toe voor 14 dagen met onmiddellijke schorsing onder strikte voorwaarden.