Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4.Waardering van het bewijs
- Een aantal in de tenlastelegging genoemde voertuigen of onderdelen daarvan (zaakdossier 1, 4 en 8) is te goeder trouw in Duitsland en België gekocht;
- Een aantal in de tenlastelegging genoemde voertuigen (zaakdossiers 2, 3, 5, 6 en 7) behoort toe aan klanten die de voertuigen ter reparatie hadden aangeboden;
- De in de zaakdossiers 9 tot en met 20 genoemde auto-onderdelen zijn gekocht bij een professionele verkoper dan wel afkomstig van een klant die deze bij de verdachte in het kader van een reparatie heeft achtergelaten;
- Ten aanzien van een aantal in de tenlastelegging genoemde voertuigonderdelen (zaakdossier 8 tot en met 20) kan niet worden vastgesteld of ten tijde van de verwerving door de verdachte al vaststond dat deze van diefstal afkomstig waren. De verdachte kan deze onderdelen al verworven hebben voorafgaand aan de diefstal(len), bijvoorbeeld in het kader van een reparatie;
- Anders dan de politie, de producenten van voertuigen dan wel de Stichting VbV Derden kan de verdachte niet beschikken over informatie om te controleren of door hem aangeschafte auto-onderdelen van diefstal afkomstig zijn. Hierbij wijst de verdediging op de omstandigheid dat de wijze waarop auto’s en auto-onderdelen geïdentificeerd worden grotendeels geheim is. De verdachte heeft dergelijk onderzoek niet zelf kunnen verrichten.
5.Strafbaarheid feiten
1.primair
van het plegen van opzetheling een gewoonte maken
2.primair.
van het plegen van opzetheling een gewoonte maken
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
een gedeelte groot 140 uren niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
96 (zesennegentig) urente verrichten taakstraf resteert;
48 dagen;
verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: