ECLI:NL:RBROT:2023:2051
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bewindvoerster aansprakelijk voor schade aan vermogen betrokkene door tekortschieten in taakuitoefening
Bij beschikking van 21 september 1995 is een bewind ingesteld over het vermogen van betrokkene. [naam02] werd benoemd tot bewindvoerster, maar wegens onvoldoende taakuitoefening is zij ambtshalve ontslagen bij beschikking van 15 juli 2021. Het Beschermingsbewindkantoor Nederland B.V. werd toen benoemd als nieuwe bewindvoerster en onderzocht de financiële situatie van betrokkene over de periode 2018 tot 15 juli 2021.
Uit het onderzoek bleek dat het vermogen van betrokkene in deze periode met €17.285,55 is gedaald door onverklaarbare betalingen en transacties die niet passen bij de woon- en leefsituatie van betrokkene. De voormalige bewindvoerster [naam02] stelde dat de uitgaven verklaarbaar waren door persoonlijke uitgaven en terugbetalingen, maar kon dit niet onderbouwen met stukken.
De kantonrechter volgt het standpunt van het Beschermingsbewindkantoor en kwalificeert de uitgaven als onverklaarbaar, waardoor [naam02] schade heeft toegebracht aan het vermogen van betrokkene. Dit tekortschieten in haar taakuitoefening kan haar worden toegerekend. Hoewel zij op andere momenten haar taken adequaat heeft uitgevoerd, verandert dit niets aan haar aansprakelijkheid over de genoemde periode.
De kantonrechter veroordeelt [naam02] tot betaling van €17.285,55 aan betrokkene, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van beschikking tot volledige betaling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en eventuele betalingsregelingen dienen te worden afgestemd met de huidige bewindvoerster.
Uitkomst: De voormalige bewindvoerster is veroordeeld tot vergoeding van €17.285,55 schade aan het vermogen van betrokkene.