ECLI:NL:RBROT:2023:1888
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek pleegouders tot wijziging omgangsregeling met moeder
De pleegouders van een minderjarige hebben verzocht om de omgangsregeling tussen de moeder en het kind met onmiddellijke ingang te wijzigen naar een regeling van eens per drie maanden op specifieke dagen en tijden, met nadere voorwaarden over aanwezigheid van het broertje.
De rechtbank overweegt dat het verzoekschrift geen juiste wettelijke grondslag vermeldt. Artikel 1:262b BW is niet van toepassing omdat er geen ondertoezichtstelling is. Artikel 1:377e BW, dat betrekking heeft op wijziging van omgangsregelingen door ouders of nauwe verwanten, lijkt het meest passend, maar de pleegouders worden niet als zodanig erkend. De voogdij is bij beschikking aan de gecertificeerde instelling toegewezen en er is geen eerdere rechterlijke beslissing over omgang die gewijzigd kan worden.
De kinderrechter concludeert dat de pleegouders niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek. Wel wordt erkend dat de pleegouders een belangrijke rol spelen in de opvoeding en dat het contact met de biologische moeder belangrijk is voor het kind. De gecertificeerde instelling handelt zorgvuldig en wordt aanbevolen om in overleg te treden met de pleegouders om de vertrouwensband te versterken.
Uitkomst: Het verzoek van de pleegouders tot wijziging van de omgangsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.