Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- De heer mr. A. Kotan, werkzaam bij Berk Advocatuur (hierna te noemen schuldhulpverlening);
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet, waarbij een schuldregeling werd aangeboden aan schuldeisers met een betaling van 5,20% aan preferente en 2,60% aan concurrente schuldeisers. Twee schuldeisers stemden in, één schuldeiser weigerde mee te werken. De rechtbank stelde vast dat verzoeker arbeidsgeschikt is en recentelijk werk heeft gevonden, maar onvoldoende aannemelijk is dat het aangeboden akkoord het uiterste is waartoe verzoeker in staat is.
De schuldeiser stelde dat het aanbod niet het maximaal haalbare is en onvoldoende goed en controleerbaar is onderbouwd, mede omdat de VTLB-berekening niet was aangepast aan gewijzigde inkomenssituaties en er onduidelijkheid bestond over de schuldenlast bij de Belastingdienst. Verzoeker had geen aanvullende stukken overgelegd om deze onduidelijkheden weg te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de weigeraar zwaarder wegen dan die van verzoeker en de overige schuldeisers en wees het verzoek af. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd door verzoeker ingetrokken, zodat daarop geen beslissing volgde.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid dat het aanbod het maximaal haalbare betreft en gebrekkige documentatie.