Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.
4.Geldigheid dagvaarding
5.Waardering van het bewijs
elkandermeermalen,
eente laag bedrag aan loonheffingen opgegeven en/of vermeld, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke voren omschreven verboden gedragingen verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven;
dete
ndie echt en onvervalst, door deze te
eleiding heeft gegeven;
atbestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
eleiding heeft gegeven;
6.Strafbaarheid feiten
5.
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 51, 57, 225 en 323a van het Wetboek van Strafrecht;
- 68 en 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;
acht (8) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;