Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht op 2 november 2023 om een ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2010, 2015 en 2017, die bij hun vader wonen. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. Tijdens de mondelinge behandeling op 22 december 2023, waarbij de kinderrechter met het oudste kind sprak, werd duidelijk dat hoewel de ouders welwillend zijn en het beste voor hun kinderen willen, zij onvoldoende grip hebben op de opvoeding en de tips die zij ontvangen niet kunnen vasthouden.
De gezinsvoogdij-instelling (GI) onderschreef het verzoek en gaf aan dat er een contactpersoon beschikbaar is en spoedig een vaste jeugdbeschermer zal worden aangesteld. De moeder verzette zich niet tegen het verzoek en richtte zich op de toekomst, terwijl de vader eveneens geen verzet voerde en openstond voor hulpverlening, ook met betrekking tot omgangsregelingen.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan, omdat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken. Daarom werd de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden toegewezen, met ingang van 22 december 2023 tot 22 december 2024, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de drie minderjarige kinderen onder toezicht van de Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor twaalf maanden wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.