Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
gemachtigde: mr. C. Nobel.
Rechtbank Rotterdam
Eiser, laatstelijk werkzaam als vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek vanwege psychische en fysieke klachten en ontving een WGA-uitkering van het UWV wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Hij betwistte de duurzaamheid van zijn arbeidsongeschiktheid en vorderde een IVA-uitkering. Het UWV baseerde zijn besluit op medische rapporten, waaronder een psychiatrische expertise, die concludeerden dat eiser meerdere diagnoses heeft, waaronder PTSS, maar dat deze niet duurzaam zijn omdat behandeling mogelijk is.
Eiser voerde aan dat het expertiserapport onzorgvuldig tot stand kwam door taalbarrières en het ontbreken van een tolk, en dat zijn hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende pogingen had gedaan om contact te zoeken en dat eiser niet had gereageerd op uitnodigingen voor een hoorzitting. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en het expertiserapport was deugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank stelde vast dat eiser volledig arbeidsongeschikt was, maar dat de beperkingen niet duurzaam zijn. Het verzoek van eiser om een onafhankelijke deskundige te benoemen werd afgewezen omdat de rechtbank geen aanleiding zag om aan de zorgvuldigheid van het UWV-besluit te twijfelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WGA-uitkering blijft in stand.