ECLI:NL:RBROT:2023:12535
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid en toekenning van WGA-uitkering door UWV
Eiser, voormalig filiaalmanager, meldde zich ziek met klachten aan zijn rechterbeen en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,56% vast, maar na bezwaar verhoogde het UWV dit naar 47,02% op basis van aanvullend medisch en arbeidsdeskundig onderzoek.
Eiser voerde aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld, onder meer omdat hij met krukken liep en niet in staat was de geduide functies te verrichten. Hij overhandigde een medisch rapport van een eigen verzekeringsarts en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend was onderbouwd. De door eiser overgelegde stukken gaven geen aanleiding tot een andere conclusie. De geselecteerde functies overschreden de beperkingen van eiser niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vaststelling van 47,02% arbeidsongeschiktheid en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot vaststelling van 47,02% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.