Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, te weten het medeplegen van de mensenhandel van een minderjarig slachtoffer en het bezit van kinderporno;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd in het over de verdachte opgemaakte rapport van 4 december 2023;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01] , vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
4.Waardering van het bewijs
je moet naar de zaak komen, daar ligt een meisje klaar op tafel’. Hij is toen gegaan en heeft daar seks met aangeefster gehad.
€ 150,00 voor krijgen, maar geeft dan aan het niet meer te willen. Dit markeert het einde van de periode waarin de gangbangs plaatshadden en hierna zou aangeefster alleen nog seks hebben gehad met de verdachte. In april 2019 wordt het contact met de verdachte door aangeefster verbroken.
1 juni 2017tot en met
1 februari 2018te Vlaardingen en/of ‘s-Gravenhage en/of te Rijswijk en/of te Delft, althans in Nederland
enovergebracht, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer01]
enin bezit gehad
en/ofvaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had
in de mondvan een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestandsnaam05]).
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
€ 7.500,00(zegge: vijfenzeventighonderd euro), geheel bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij01] te betalen
€ 7.500,00(zegge: vijfenzeventighonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
72 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;