Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de oorspronkelijke dagvaarding van [persoon02] van 28 september 2023, met producties 1 tot en met 6;
- producties 7 en 8 van [persoon02] ;
- de door mr. Visser nagezonden informatie van de deurwaarder over de geraadpleegde BRP;
- het verstekvonnis in kort geding van 25 oktober 2023;
- de dagvaarding in verzet van 22 november 2023, met producties 1 tot en met 8, en het herstelexploot van 1 december 2023;
- producties 1 tot en met 5 van [persoon02] ;
- producties 9 tot en met 14 van [persoon01] ;
- de pleitnota van [persoon01] ;
- de pleitnota van [persoon02] .
2.De feiten
3.Het geschil
- te verklaren voor recht dat het door [persoon01] ingestelde verzet deugdelijk is gedaan;
- [persoon01] te ontheffen van de veroordeling uit het verstekvonnis;
- de vordering tot veroordeling in de proceskosten af te wijzen;
- [persoon02] te veroordelen in de kosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure, waaronder begrepen het salaris van de advocaat van [persoon01] en de nakosten;
- voorwaardelijk: in het geval [persoon01] de proceskostenveroordeling uit het verstekvonnis en eventueel bijkomende deurwaarderskosten aan [persoon02] heeft betaald of als [persoon02] tot invordering hiervan is overgegaan:
- [persoon02] te veroordelen tot betaling van wat hij heeft ingevorderd bij [persoon01] , althans wat [persoon01] aan [persoon02] heeft betaald.