ECLI:NL:RBROT:2023:12253
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheidsvrees
In een verzoekschriftprocedure tussen een ontslagen advocaat-stagiaire en haar werkgever heeft de behandelend rechter verzocht om zich te mogen verschonen. Dit verzoek volgde nadat de advocaat van de werkgever, die tevens vakdocent is en regelmatig contact heeft met de rechter, aan de wederpartij vroeg of er bezwaar was tegen de rechter. De wederpartij gaf aan bezwaar te maken, waardoor de rechter voorzag dat een wrakingsverzoek zou volgen.
De rechtbank overwoog dat hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, de omstandigheden en de vrees van partijen objectief gerechtvaardigd zijn. De rechter heeft zelf het verzoek tot verschoning ingediend om verdere vertraging en mogelijke wraking te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat de vrees voor partijdigheid zwaarwegend is en wees het verzoek tot verschoning toe. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor verschoningszaken en ondertekend door drie rechters en de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.