Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
- primair: (het medeplegen van) de moord op [slachtoffer01] (hierna ook: het slachtoffer) op 31 december 2021 te [plaats01] ;
- subsidiair (dus voor het geval dat niet kan worden bewezen): de medeplichtigheid aan (het medeplegen van) deze moord;
- primair: (het medeplegen van) een beroep of gewoonte maken van het verhandelen van vuurwapens zonder erkenning, waaronder een 3D-geprint vuurwapen;
- subsidiair: een poging daartoe.
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het bij dagvaarding I onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het bij dagvaarding II onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs feit 1 primair
“Dat zijn mensen die gaan anderen betalen om je dood te maken .. maar wij .. wij klappen gelijk!”,waarna de verdachte heeft geantwoord met:
“Gelijk, je moet gaan zoeken naam en adres en alles en dit en dat broer.”
Beoordeling
Conclusie
Beoordeling
Conclusie
5.Vrijspraak feit 2 (primair en subsidiair)
6.Bewezenverklaring dagvaarding I
[slachtoffer01]is overleden.
7.Waardering van het bewijs
Feit 1
8.Bewezenverklaring dagvaarding II
(in een personenauto van het merk Smart met kenteken [kenteken02]
), , een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder l° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool van het merk Llama Especial .380 kaliber .380 (9mm kort) en
(daarbij
) (voor dit vuurwapen geschikte
)munitie in de zin van artikel 1, lid l onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Pro categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten kogelpatron
(en
)voorhanden heeft gehad en heeft vervoerd;
(in een woning aan de [adres06] te [plaats01]
), tezamen en in vereniging met een ander, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool van het merk Grand Power model K100 en
(daarbij
) (voor dit vuurwapen geschikte
)munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Pro categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatron
(en
), kaliber 9mm voorhanden heeft gehad;
(in een personenauto van het merk Opel met kenteken [kenteken03]
), een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder l° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool met valse merkaanduiding HK P 2000 USP kaliber 9mm en
(daarbij
) (voor dit vuurwapen geschikte
)munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Pro categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatron
(en
), van het merk CBC kaliber 9mm voorhanden heeft gehad.
9.Strafbaarheid feiten
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
10.Strafbaarheid verdachte
11.Motivering straf
12.In beslag genomen voorwerp
13.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregel
€ 3.790,00 +
€ 29.785,00 +
€ 39.900,00 +
€ 133.475,00bestaande uit:
€ 3.790,00 +
€ 29.785,00 +
€ 39.900,00 +
20.000,00 +
20.000,00 +
567,87 +
€ 85.057,87bestaande uit:
20.000,00 +
€ 17.500,00
567,87 +
14.Toepasselijke wettelijke voorschriften
15.Bijlagen
16.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) jaar;
[benadeelde partij01], te betalen een bedrag van
€ 23.790,00 (zegge: drieëntwintigduizend zevenhonderdnegentig euro), bestaande uit € 3.790,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening, en € 20.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
[benadeelde partij02], te betalen een bedrag van
€ 49.785,00 (zegge: negenenveertigduizend zevenhonderdvijfentachtig euro), bestaande uit € 29.785,00 aan materiële schade en
[benadeelde partij03], te betalen een bedrag van
€ 59.900,00 (zegge: negenenvijftigduizend negenhonderd euro), bestaande uit € 39.900,00 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
[benadeelde partij04], te betalen een bedrag van
€ 37.500,00 (zegge: zevenendertigduizend vijfhonderd euro)aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
[benadeelde partij05], te betalen een bedrag van
€ 17.500,00 (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro)aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
[benadeelde partij06], te betalen een bedrag van
€ 30.057,87 (zegge: dertigduizend zevenenvijftig euro en zevenentachtig eurocent), bestaande uit € 10.057,87 aan materiële schade, waarvan
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij01]te betalen
€ 23.790,00 (hoofdsom, zegge: drieëntwintigduizend zevenhonderdnegentig euro), waarvan de materiële schade ad
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij02]te betalen
€ 49.785,00(hoofdsom,
zegge: negenenveertigduizend zevenhonderdvijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 49.785,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
83 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij03]te betalen
€ 59.900,00(hoofdsom,
zegge: negenenvijftigduizend negenhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 59.900,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
100 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij04]te betalen
€ 37.500,00(hoofdsom,
zegge: zevenendertigduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 37.500,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
63 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij05]te betalen
€ 17.500,00(hoofdsom,
zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 17.500,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
29 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij06]te betalen
€ 30.057,87(hoofdsom,
zegge: dertigduizend zevenenvijftig euro en zevenentachtig eurocent), waarvan de begrafeniskosten ad € 9.490,00 worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en de resterende schade ad € 30.567,87 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
50 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
teruggave aan de verdachtevan een telefoon van het merk Apple.
1 december 2021tot en met 31 december 2021 te [plaats01] en/of [plaats05]
en/of [plaats04], in elk geval in Nederland,
vervoeren van [medeverdachte01] naar de [straatnaam17] en/of [straatnaam04] en/of [straatnaam08] en/of [straatnaam18] en/of de [straatnaam11] en/of de [straatnaam01] en/of