ECLI:NL:RBROT:2023:11929

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
18 december 2023
Zaaknummer
ROT 23/5473
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 5.1 Woo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens misbruik van recht bij Woo-verzoeken

Eiser heeft op basis van de Wet open overheid (Woo) drie verzoeken ingediend bij de Minister van Justitie en Veiligheid, gericht op informatie over onrechtmatig handelen door het openbaar ministerie, inzet en kosten van externe advocaten, en het werken in anonimiteit door officieren van justitie. De Minister wees de eerste twee verzoeken af omdat de gevraagde informatie niet landelijk wordt bijgehouden en niet verplicht is te worden vervaardigd. Het derde verzoek werd afgewezen op grond van artikel 5.1 aanhef en onder i van de Woo.

Eiser stelde vervolgens beroepen in wegens niet tijdig beslissen, maar betaalde het griffierecht niet en beriep zich op betalingsonmacht. De rechtbank oordeelde dat eiser misbruik van recht maakt met zijn vele verzoeken en procedures, zoals ook eerder door bestuursrechters is vastgesteld (onder meer ECLI:NL:RVS:2023:4063). Hierdoor kan eiser geen ontheffing van griffierecht krijgen en zijn beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens verzuim volgens artikel 8:41, zesde lid, Awb.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en deed de uitspraak zonder zitting op 20 december 2023. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en het niet voldoen van het griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/5473
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2023 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaken tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en
de Minister van en Justitie en Veiligheid(de Minister), verweerder.

Procesverloop

1. Op 5 januari 2023 heeft de Minister met drie besluiten beslist op basis van de Wet open overheid (Woo) door eiser ingediende verzoeken om informatie. De verzoeken zien op (1) onrechtmatig handelen door het openbaar ministerie en schadevergoeding in dit verband, (2) de inzet van (externe) advocaten en de kosten daarvan en (3) het werken in anonimiteit door officieren van justitie. De eerste twee verzoeken zijn afgewezen omdat die informatie niet landelijk wordt bijgehouden, terwijl de Minister op basis van de Woo geen verplichting heeft om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande documenten zijn neergelegd. Het derde verzoek is voor zover dit valt onder de Woo afgewezen op grond van artikel 5.1 aanhef en onder i, van de Woo.
2. Op 9 augustus 2023 heeft eiser beroepen ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Deze zijn alle drie onder het onderhavige zaaknummer geregistreerd.

Overwegingen

3. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb.
4. Eiser heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht en daarom verzocht te worden ontheven van de verplichting om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Eiser heeft het griffierecht niet voldaan.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiser misbruik maakt van recht en dat hij daarom geen aanspraak kan maken op ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen. Door geen griffierecht te voldoen is hij in verzuim als bedoeld in artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Dit betekent dat de beroepen niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. Veelvuldig heeft de bestuursrechter geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht met zijn vele verzoeken en procedures (recentelijk nog ECLI:NL:RVS:2023:4063). De rechtbank ziet geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen. Integendeel. Niet valt immers in te zien welk rechtens te honoreren belang eiser heeft met de voorliggende drie aanvragen.
6. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 december 2023.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te onderteken.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.