Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 maart 2023, met acht bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van [eiseres01] met nadere bijlagen 9, 10 en 11.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, erfgenaam van de nalatenschap van de heer die leningen verstrekte, vordert terugbetaling van twee geldleningen aan gedaagde. Gedaagde erkent de leningen maar voert verjaring aan. De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is, omdat in november 2015 een nadere betalingsafspraak is gemaakt die als erkenning geldt en de verjaring stuitte. Tevens wordt de eerdere dagvaarding uit 2020 geacht ook aan de BV te zijn gericht, waardoor de verjaringstermijn opnieuw is gestuit.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €45.000,- plus rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De renteafspraak van €200 per maand wordt toegewezen, omdat deze niet is betwist. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
De verjaring is dus door erkenning en stuiting door dagvaarding doorbroken, waardoor de vordering toewijsbaar is. De hoogte van de hoofdsom, rente en kosten is niet betwist en wordt toegewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €58.709,68 plus rente en kosten wegens erkenning en stuiting van verjaring.