In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen ter waarde van €33.823,68 inclusief btw, waarvan een gemaximeerd bedrag van €25.000,- wordt geëist. Gedaagde betwist de vordering niet inhoudelijk, maar stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is vanwege de hoogte van het totale bedrag en verzoekt om verwijzing naar een andere kamer.
De kantonrechter oordeelt dat hij absoluut bevoegd is om de zaak te behandelen omdat de rechtstitel, de overeenkomst van opdracht, niet wordt betwist door gedaagde. Het verweer richt zich slechts op rente, incassokosten en proceskosten, wat de bevoegdheid niet aantast.
Het incident van onbevoegdheid wordt afgewezen en de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De kantonrechter stelt partijen in de hoofdzaak in de gelegenheid om hun standpunten mondeling toe te lichten tijdens een zitting, waarbij ook wordt onderzocht of een oplossing mogelijk is.
Partijen worden verzocht hun beschikbaarheid voor een zitting tussen januari en april 2024 door te geven en hun e-mailadressen te verstrekken. Verdere beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden.