Op 30 oktober 2022 ontstond een conflict op straat tussen verdachte, zijn zwager en drie onbekende mannen waaronder het slachtoffer. Na een woordenwisseling escaleerde het tot een fysieke confrontatie waarbij het slachtoffer en zijn gezelschap de zwager van verdachte aanvielen. De verdachte greep in en stak het slachtoffer meerdere keren met een mes.
De officier van justitie kwalificeerde dit als poging tot doodslag, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor opzet tot dodelijk letsel en kwalificeerde het als poging zware mishandeling. De verdediging stelde dat verdachte geen mes maar een sleutel gebruikte, wat de rechtbank niet aannam vanwege de aard van de verwondingen en kledingbeschadigingen.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte handelde uit noodzakelijke en proportionele verdediging van zijn zwager, die ernstig werd aangevallen. Daarom is de verdachte niet strafbaar en wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen straf of maatregel is opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 17 februari 2023, waarbij de verdachte werd vrijgesproken van poging doodslag en strafrechtelijk niet aansprakelijk werd gesteld wegens noodweer.