Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 juni 2023, met producties 1 tot en met 5;
- het antwoord met een tegeneis, met 1 productie;
- het antwoord op de tegeneis, met productie 6 tot en met 8.
Rechtbank Rotterdam
Eiser, oom van gedaagde, stelt dat tijdens zijn detentie onrechtmatig geld van zijn bankrekeningen is opgenomen en uitgegeven door gedaagde. Hij vordert betaling van €9.178,08 plus rente en incassokosten. Gedaagde voert aan dat hij het geld zonder recht heeft gebruikt maar volledig heeft terugbetaald.
Tijdens de detentie had gedaagde toegang tot twee bankrekeningen van eiser en beheerde deze. Gedaagde maakte geld over naar zichzelf en gebruikte pinpassen voor uitgaven en contante opnames. Een deel van het geld is teruggestort, iets meer dan het onrechtmatig opgenomen bedrag.
De rechtbank constateert dat de afspraken over het beheer van de rekeningen onduidelijk en wisselend verklaard zijn door eiser. Er is onvoldoende concreet bewijs dat gedaagde in strijd met afspraken heeft gehandeld. Daarom worden de vorderingen afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door gedaagde.