De zaak betreft een geschil tussen de kinderen van een overleden vrouw en haar echtgenoot over de overdracht van een appartement dat deel uitmaakt van de nalatenschap. De erflaatster had bij testament bepaald dat haar echtgenoot slechts vruchtgebruiker zou zijn van de nalatenschap, terwijl de kinderen bloot eigenaren zijn van het appartement.
De echtgenoot wenste het appartement aan zichzelf over te dragen, waarmee hij de onbezwaarde eigendom zou verkrijgen, hetgeen volgens eisers de wil van de erflaatster doorkruist. Eisers vorderden daarom een verbod op deze overdracht met een dwangsom.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eisers voldoende belang hebben en dat de overdracht aan zichzelf in strijd is met het testament en de zorgplicht van de vruchtgebruiker. Een belangenafweging leidde niet tot een ander oordeel. De vordering werd toegewezen en een dwangsom van € 1.000.000,00 opgelegd.
De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.