ECLI:NL:RBROT:2023:11148
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening leerlingenvervoer wegens te laat bezwaar en ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster diende op 6 juli 2023 een aanvraag in voor aangepast leerlingenvervoer voor haar zoon vanwege een taalontwikkelingsstoornis. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat de aangewezen school niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school zou zijn. Verzoekster maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.
Verzoekster vroeg vervolgens bij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de taxikosten te vergoeden zolang op het bezwaar werd gewacht. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend, namelijk na het verstrijken van de zeswekentermijn, en dat de reden voor de overschrijding niet geldig was. Hierdoor ontbrak een spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening.
Ten overvloede overwoog de voorzieningenrechter dat het college terecht de aanvraag afwees omdat beide betrokken scholen binnen hetzelfde samenwerkingsverband cluster 2-onderwijs aanbieden en er geen gegronde reden was voor overplaatsing. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor verzoekster geen vergoeding of proceskosten kreeg en tijdens de beroepsprocedure geen recht heeft op aangepast vervoer.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor vergoeding van leerlingenvervoer wordt afgewezen wegens te laat ingediend bezwaar zonder geldige reden en ontbreken van spoedeisend belang.