ECLI:NL:RBROT:2023:11090
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks eerdere onbetaalde tankstationschulden
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelt vast dat verzoeker is opgehouden met betalen en dat het redelijk is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Hoewel verzoeker schulden heeft laten ontstaan door tanken zonder te betalen, wat niet te goeder trouw is, kan het verzoek toch worden toegewezen op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro.
De rechtbank overweegt dat verzoeker zijn onderneming heeft gestaakt, sinds september 2022 onder bewind staat, geen auto meer bezit en hulpverlening aanvaardt, waaronder een WMO-arrangement. Dit leidt tot het oordeel dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en zich zal inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van de Europese insolventieverordening en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. Verzoeker wordt onder beschermingsbewind gesteld en dient dit tijdens de regeling te blijven.
Uitkomst: Toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks eerdere onbetaalde tankstationschulden, onder bewindstelling en met benoeming van rechter-commissaris.