ECLI:NL:RBROT:2023:10823
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die vanwege GGZ-problematiek en onveilige thuissituatie op een crisisopvang verblijft.
De minderjarige meldde zich op 19 oktober 2023 bij GGZ Delfland met klachten over onveiligheid thuis en werd daarop via een spoedmachtiging geplaatst. De ouders ontkennen escalatie en willen dat hun kind zo snel mogelijk terugkeert naar huis met passende hulpverlening.
De kinderrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling de minderjarige gehoord en concludeert dat zonder inzet van ambulante spoedhulp (ASH) en FACT de kans groot is dat het patroon van uithuisplaatsing zich herhaalt. Daarom wordt de spoedmachtiging gehandhaafd tot 16 november 2023, maar het verzoek tot verlenging wordt afgewezen zodat de machtiging daarna eindigt.
De beslissing is genomen met het oog op het creëren van ruimte voor hulpverlening en het opstellen van een veiligheidsplan, met het doel terugkeer naar huis mogelijk te maken.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is afgewezen, met handhaving van de spoedmachtiging tot 16 november 2023.