ECLI:NL:RBROT:2023:10621
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in strafzaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. L.J.M. Janssen, rechter in de rechtbank Rotterdam, in twee strafzaken met parketnummers 10-217608-13 en 10-27653-15. Het verzoek tot wraking werd gedaan nadat de rechter mondeling een einduitspraak had gedaan, waarbij het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard in de vervolging van verzoeker.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, behandelde de rechter de zaak niet meer op het moment van het verzoek. Volgens artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering is wraking bedoeld om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van de zaak betrokken is. Dit doel vervalt na een einduitspraak.
De rechtbank verklaarde verzoeker daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Er was geen aanleiding tot een mondelinge behandeling van het verzoek, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. De beslissing werd op 8 november 2023 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak werd gedaan.