Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde (met uitzondering van de periode na 1 april 2019 en het medeplegen), het onder 2 ten laste gelegde (met uitzondering van onderdeel A, de periode na 1 april 2019 en het medeplegen);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 600 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 241 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de volgende bijzondere voorwaarden:
4.Waardering van het bewijs
25 januari 2017in meer plaatsen in Nederland en Syrië,
5.Strafbaarheid feiten
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven;
met het oogmerk om opzettelijk brand stichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, en/of moord en/of doodslag, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen, zich en een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen tot het plegen van het misdrijf en voorwerpen voorhanden te hebben waarvan zij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 600 (zeshonderd) dagen;