ECLI:NL:RBROT:2023:10383
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende onderbouwing kostenberekening
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van €67,70, waarvan €65,30 aan kosten naheffing. Eiser betwistte dat de kosten correct waren berekend, omdat volgens hem het aantal naheffingsaanslagen per jaar hoger ligt dan de door verweerder gehanteerde 8.600. Verweerder baseerde dit aantal op een gemiddelde van de voorgaande drie jaren, maar kon dit niet met stukken onderbouwen.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat verweerder het aantal uren handhaving verkeerd had geïnterpreteerd en de berekening niet adequaat kon toelichten. Eiser overhandigde een document van de gemeente zelf waaruit bleek dat het aantal naheffingsaanslagen hoger was dan 8.600. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de juistheid van de raming bij verweerder ligt en dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd.
Daarom vernietigde de rechtbank de naheffingsaanslag en het bestreden besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M.I. Blagrove op 25 oktober 2023.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende onderbouwing van de kostenberekening door de gemeente.