ECLI:NL:RBROT:2023:10010

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
30 oktober 2023
Zaaknummer
FT EA 21-486
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen en nieuwe schulden

De rechtbank Rotterdam heeft op 12 oktober 2023 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging wegens meerdere tekortkomingen, waaronder het niet voldoen aan de sollicitatieverplichting en informatieplicht, alsmede het ontstaan van nieuwe schulden tijdens de regeling.

De rechtbank constateerde dat de schuldenaar sinds januari 2023 geen sollicitatiebewijzen meer had overgelegd ondanks een eerdere verlenging van de regeling om eerdere tekortkomingen te compenseren. Daarnaast ontbraken belangrijke specificaties van inkomsten en huurspecificaties, en waren nieuwe schulden ontstaan bij verschillende schuldeisers zonder bewijs van betaling.

De schuldenaar gaf aan moeite te hebben met het nakomen van verplichtingen, maar de rechtbank vond dat deze tekortkomingen toerekenbaar waren. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het belang van naleving van de regeling, besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling te beëindigen en stelde zij het salaris van de bewindvoerder vast.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 12 oktober 2023
Bij vonnis van deze rechtbank van 28 mei 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[woonplaats],
schuldenaar,
bewindvoerder: R. de Geus.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 17 augustus 2023 met dit verzoek ingestemd.
De bewindvoerder en schuldenaar zijn gehoord ter terechtzitting van 5 oktober 2023.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Standpunt bewindvoerder
Schuldenaar voldoet niet aan de sollicitatieverplichting. De termijn van de schuldsaneringsregeling is op 24 februari 2023 door de rechter-commissaris verlengd met negen maanden om de tekortkoming in de sollicitatieplicht tot en met september 2022 te compenseren. Vanaf januari 2023 tot heden heeft schuldenaar wederom niet voldaan aan zijn sollicitatieverplichting. Er is een nieuwe tekortkoming van negen maanden ontstaan.
Schuldenaar voldoet niet aan zijn informatieplicht. Sinds 16 maart 2023 is er niets meer van schuldenaar vernomen. De volgende stukken ontbreken bij de bewindvoerder: specificaties van de WW-uitkering vanaf december 2022 tot en met heden, specificaties van de (aanvullende) PW-uitkering vanaf september 2022 tot en met heden, specificaties van het ontvangen vakantiegeld in mei 2023 en de huurspecificatie van juli 2023.
Tijdens de schuldsaneringsregeling heeft schuldenaar nieuwe schulden laten ontstaan. Er is een terugvordering van de voormalig werkgever Gamestate van € 737,34. Ook is er een terugvordering van de Belastingdienst van € 95,- inzake de huurtoeslag 2021. En er is een nieuwe schuld bij Menzis ontstaan van € 247,32 door het niet betalen van de verschuldigde premie over de maanden januari en februari 2023. Onbekend is het de bewindvoerder of de nieuwe schulden zijn betaald, betalingsbewijzen hiervan ontbreken.
Standpunt schuldenaar
Ter zitting heeft schuldenaar aangegeven dat hij erg veel moeite heeft met het solliciteren naar betaald werk. Ook heeft schuldenaar aangegeven dat hij erg veel moeite heeft met het nakomen van de verplichtingen die uit de wettelijke schuldsaneringsregeling voortvloeien. Schuldenaar geeft aan dat er geen sprake is van onwil, maar dat er sprake is van onkunde.

3.De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 13.193,90 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn sollicitatieverplichting. Nadat de rechter-commissaris op 24 februari 2023 de schuldsaneringsregeling met negen maanden heeft verlengd voor de tekortkomingen in de sollicitatieverplichting tot september 2022, heeft schuldenaar vanaf januari 2023 helemaal geen sollicitatiebewijzen meer overgelegd aan de bewindvoerder, waardoor er wederom sprake is van een tekortkoming van negen maanden.
Voorts is komen vast te staan dat schuldenaar de bewindvoerder, ondanks herhaaldelijke verzoeken hiertoe, niet voldoende heeft geïnformeerd.
Ook stelt de rechtbank vast dat schuldenaar nieuwe schulden heeft laten ontstaan aan onder andere aan Gamestate (€ 737,34), de Belastingdienst (€ 95,-) en Menzis (€ 247,32). Doordat betalingsbewijzen van deze nieuwe schulden ontbreken komt vast te staan dat schuldenaar bovenmatige nieuwe schulden heeft laten ontstaan.
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris op 12 oktober 2022, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.141,74;
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2023. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.