De huurder [eiser01] klaagt over een te hoge ligusterhaag in de tuin van buurvrouw [naam03], die eveneens huurt van verhuurder Havensteder. Hij stelt dat de haag onrechtmatige hinder veroorzaakt door het wegnemen van zonlicht en het beperken van zijn woongenot. [eiser01] vordert in kort geding dat Havensteder wordt veroordeeld om een procedure tegen [naam03] te starten met de eis dat zij de haag tot twee meter terug snoeit.
Havensteder betwist het spoedeisend belang en stelt dat de haag is gegroeid vanwege overlast die [naam03] ervaart van [eiser01]. Zij wil de huidige situatie handhaven tot de lopende overlastprocedure is afgerond. De kantonrechter overweegt dat een dergelijke procedure tijd zal kosten en geen snelle oplossing biedt. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de haag onrechtmatige hinder veroorzaakt die het woongenot ernstig beperkt.
Verder is er een langdurig burenconflict waarbij niet vaststaat wie de overlast veroorzaakt. De kantonrechter kan in kort geding niet met redelijke zekerheid vaststellen dat de haag de oorzaak is van de hinder. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt [eiser01] veroordeeld in de proceskosten.