Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde01] , h.o.d.n. [handelsnaam01]
2..[gedaagde02] ,
1..De procedure
- de dagvaarding van 2 september 2022, met bijlagen 1 tot en met 5;
- de pleitnota van mr. Gorthuis, met bijlagen 1 tot en met 4.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze kort gedingprocedure vordert eiseres een verbod tot ontruiming van een woning die zij bewoont, nadat de huurovereenkomst tussen verhuurder en de oorspronkelijke huurder was ontbonden. De oorspronkelijke huurder is overleden, en eiseres stelt dat zij als onderhuurder de positie van huurder heeft verkregen en daardoor beschermd is tegen ontruiming.
De kantonrechter beoordeelt of eiseres op grond van artikel 7:269 BW Pro de positie van huurder heeft verkregen. Dit vereist dat zij ten tijde van het ontbindingsvonnis een (onder)huurovereenkomst had met de oorspronkelijke huurder. Eiseres kon dit echter onvoldoende aannemelijk maken; schriftelijke huurovereenkomst en kwitanties werden niet overgelegd, en eerdere verklaringen van eiseres spreken dit tegen.
Gelet hierop concludeert de kantonrechter dat onvoldoende grond bestaat om ontruiming te verbieden. De gevorderde voorziening wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verbod tot ontruiming wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.