ECLI:NL:RBROT:2022:9877
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod tot ontruiming woning na voortzetting huurovereenkomst onderhuurder
De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin eiseres een verbod vorderde tegen gedaagde om over te gaan tot ontruiming van een woning. De hoofdhuurovereenkomst tussen gedaagde en de oorspronkelijke huurder was ontbonden bij vonnis van 27 mei 2022. Eiseres, de stiefdochter van de oorspronkelijke huurder, stelde dat zij als onderhuurder de huur voortzet op grond van artikel 7:269 BW Pro.
De voorzieningenrechter stelde vast dat gedaagde niet rechtsgeldig in de procedure was verschenen en verleende verstek. Eiseres bracht een schriftelijke huurovereenkomst en betalingsbewijzen in, waardoor aannemelijk werd dat zij als onderhuurder de huur voortzette. Tevens was de ontruiming onjuist aangezegd omdat het exploot het verkeerde huisnummer vermeldde.
De rechtbank wees de vordering tot ontruiming af en legde een verbod op aan gedaagde om tot ontruiming over te gaan, met een gematigde dwangsom. De gevorderde proceskosten werden afgewezen wegens schending van de informatieplicht door eiseres. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verbod tot ontruiming woning en dwangsom opgelegd wegens voortzetting huurovereenkomst onderhuurder.