Uitspraak
[Naam], uit [Plaats], verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee (verweerder),
[Naam V.O.F.]uit Ouddorp (het tuincentrum) (gemachtigde: mr. J.S.W. van Vossen).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee een handhavingsverzoek ingediend tegen een tuincentrum vanwege overtreding van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Na niet tijdig beslissen heeft verweerder alsnog het verzoek afgewezen, waarna verzoeker beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en stelt daarom een dwangsom van € 992,- vast. Tevens wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit terugverwezen naar verweerder voor inhoudelijke beoordeling van het bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het tuincentrum als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer moet worden aangemerkt en dat sprake is van een overtreding van het Activiteitenbesluit. Verweerder heeft het handhavingsbeleid niet juist toegepast door onvoldoende rekening te houden met eerdere klachten en de ernst van de geluidsovertreding.
Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen die het gebruik van een shovel door het tuincentrum in de avond- en nachtperiode verbiedt tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, een dwangsom vastgesteld en een voorlopige voorziening getroffen die het gebruik van een shovel in de avond- en nachtperiode verbiedt.