Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het inleidend exploot van dagvaarding van 14 juni 2012, met bijlage;
- het verstekvonnis van 13 juli 2012;
- het verzetexploot van 5 januari 2022, met bijlage;
- het tussenvonnis van 21 februari 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de namens Waterweg Wonen separaat ingediende bijlagen;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 5 april 2022;
- de rolbeslissing van 8 juli 2022;
- de akte van Waterweg Wonen.
2..De feiten
3 ..Het geschil
- de huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde te ontbinden en [persoon01] en [persoon02] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen, met machtiging om deze ontruiming zo nodig te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
- [persoon01] en [persoon02] hoofdelijk te veroordelen om aan Waterweg Wonen te betalen:
4 ..De beoordeling
Ontvankelijkheid
5 ..De beslissing
- voor zover [persoon01] daarbij is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.800,03 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand juni 2012, rente en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over € 1.413,80 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, en
- voor zover [persoon01] daarbij is veroordeeld tot betaling van € 353,45 per maand met ingang van de maand juli 2012 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, ook die laatste maand voor een gehele te rekenen;