De rechtbank Rotterdam heeft op 25 augustus 2022 een beschikking gegeven over de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen, geboren in 2007 en 2011. De kinderen zijn sinds juni 2020 met een machtiging uit huis geplaatst en verblijven in een netwerkpleeggezin bij de oma van moederszijde. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting verzochten de beëindiging van het gezag en verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
De moeder kampt met een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek, waardoor zij niet in staat is de zorg en opvoeding te bieden die de kinderen nodig hebben. De kinderen hebben daarnaast eigen medische en ontwikkelingsproblemen. De rechtbank oordeelt dat de situatie van de kinderen ernstig bedreigd wordt en dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn in staat zal zijn om voor hen te zorgen.
De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag toe en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd, die een neutrale positie kan innemen en de belangen van de kinderen kan behartigen. De moeder wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van de kinderen. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden beëindigd als gevolg van deze beslissing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de belangen van de kinderen te waarborgen.